Het Openbaar Ministerie heeft een einde gemaakt aan de onduidelijkheid over de plaats van de stootbalk bij vervoer van wissellaadbakken. Het OM heeft bevestigd dat een wissellaadbak, onder de Regeling Voertuigen, in principe als lading wordt gezien.

Oude regelgeving

De wissellaadbakken (afneembare bovenbouwen en gestandaardiseerde laadstructuren) zijn in 1999 uit de definitie van lading geschrapt van het (toenmalige) Voertuigreglement. Dit was een gevolg van de implementatie van Richtlijn 96/53 over maten en gewichten in het Voertuigreglement. In die Richtlijn wordt bepaald dat voertuigen, inclusief de wissellaadbakken, aan de maximale voertuigafmetingen (12.00 m, 16.50m, 18.75m) moeten voldoen. Door de wissellaadbakken als lading aan te duiden mogen deze een meter uitsteken. Door die wijziging ontstond een onduidelijke situatie over de plaats van de stootbalk bij het vervoer van wissellaadbakken omdat de stootbalk niet gezien werd als lading maar als onderdeel van het voertuig.

Aanpassing

Deze situatie zorgde voor veel onduidelijkheid en verwarring in de praktijk. Het Openbaar Ministerie heeft daarom eind 2008 besloten om de stootbalk bij wissellaadbakken (weer) te gaan behandelen als lading: de stootbalk mag altijd op maximaal 60 cm van de achterzijde van de wissellaadbak zitten. De wissellaadbak mag, als lading, een meter uitsteken. Voorwaarde is dat het voertuig met uitstekende lading in totaal niet langer is dan de maximale voertuigafmeting. Nu is dit ook vastgelegd en bevestigd.

Bepaling in Regeling Voertuigen

Voor de stootbalk bij het vervoer van een wissellaadbak gelden dan de bepalingen die van toepassing zijn bij het vervoer van lading, en die staan in het eerste lid van art. 5.18.12 van de Regeling Voertuigen:

Artikel 5.18.12
1. Onverminderd de artikelen 5.3.6, eerste lid, onderdeel a, 5.12.6, eerste lid, en 5.18.11, eerste en tweede lid, mag de lengte van een voertuig of samenstel van voertuigen met inbegrip van de lading niet meer bedragen dan de lengte van dat voertuig of samenstel van voertuigen in onbeladen toestand, vermeerderd met 1,00 m waarbij:

a. de lading niet meer dan 1,00 m achter het voertuig mag uitsteken;
b. de lading niet meer dan 5,00 m achter het hart van de achterste as van het voertuig mag uitsteken;
c. in afwijking van het bepaalde in de artikelen 5.3.49 en 5.12.49, een stootbalk moet zijn aangebracht op niet meer dan 0,60 m voor de uiterste achterzijde van de uitstekende lading indien de afstand van de onderzijde van de lading tot het wegdek meer bedraagt dan 0,55 m;
d. de lading niet voor het voertuig mag uitsteken;
e. het zicht op de verlichting, de retroreflectoren, de richtingaanwijzers of de achterkentekenplaatverlichting van het voertuig niet mag worden belemmerd.

Onderrijbeschermbumper/Stootbalk

Middelbos heeft tevens onderrijbeschermbumpers/stootbalken in het zware wagenbouw assortiment.

Voor meer informatie en advies kunt u ons mailen of bellen (0592-372719).