Anodiseren is een vorm van oppervlaktebehandeling om metalen producten zoals aluminium traanplaat spatschermen te voorzien van een oxidelaag. Dit gebeurt door middel van een elektrolytische behandeling. De oxidelaag is hard, poreus en slijtvast. Daarna kan door afsluiten van de poriën (sealen) de corrosiebestendigheid worden verbeterd.

Men onderscheidt drie typen anodiseren:

met chroomzuur (type I)
met zwavelzuur (type II)
hard anodiseren (type III)
Bij aluminium kan de oxidelaag, met type II anodiseren, tot 25 μm dik zijn. Standaarddikte is 12 µm.
Het anodiseerproces bestaat uit de volgende processtappen;

Reinigen. Als eerste wordt het te bedekken metaal gereinigd om het vuil en de natuurlijke oxidelaag te verwijderen. Eventuele reductie van de dikte door etsen met een zuur, om uiteindelijk op de oorspronkelijke maat uit te kunnen komen (het zogenoemde maatvast anodiseren). Het eigenlijke anodiseren. Het laten aangroeien van een laag oxidekristallen met behulp van gelijkstroom, door het te bedekken metaal in een bad met zwavelzuur of chroomzuur te plaatsen waarbij het metaal als anode geschakeld is (een vorm van elektrolyse), vandaar de benaming anodiseren. Tijdens of na het aangroeien kunnen de poreuze kristallen met verschillende kleurstoffen (pigmenten) gekleurd worden. Het afdichten (sealen) van de poreuze kristallen door stoom of kokend heet water.
Bij hard anodiseren, type III anodiseren, is de laagdikte standaard 25 μm tot maximaal 50 µm. Een hard-anodiseerlaag is van nature donkerder gekleurd en moeilijker in een specifieke kleur te brengen.